• about this site
  • links
  • fantom
  • antonykok.nl
  • fleursdumal.nl
  •        HOME  


    Jef van Kempen: 4 Gedichten

    J e f   v a n   K e m p e n

    V i e r   g e d i c h t e n

     

    Norm

     

    Het graf van de lezer is

    voor mij een open boek,

    want zelfs al blijkt het beeld

    van de voorovergebogen dame

    slechts een vage vlek op de muur,

    (vergeef mij mijn zwak voor pikante details)

    toch worden de mooiste en

    onbestendigste van mijn dromen

    ten alle tijden overvleugeld door

    de kracht van mijn betoog:

     

    het permanent en schaamteloos

    verdraaien van de werkelijkheid,

    als een wolk verstikkend gifgas

    die door de regels raast

    (meer dan 40 milligram per kubieke meter

    dat is ver boven de veiligheidsnorm)

    de met potlood onderstreepte woorden

    voor altijd uitgewist,

    het bloed van de lezer stroperig,

    als het bloed van de ondode

    die de angst om niet te sterven

    een plaats geeft in waanzin.

     

    Nee, liever eervol te sterven

    dan als een lafaard te leven.

    ‘La-la-la ho-ho’ zong Rex Gildo

    voordat hij voor altijd

    uit het raam sprong

    ‘Es gibt dumme Tage da geht alles schief
    da kommen die Geister die man gar nicht rief ‘.

     

    Hoe troost je de achterblijvers?

    Een dal van tranen?

    Een stille tocht?

    Een rake klap?

    Wie schrijft

    mag kieskeurig zijn.

    Als brenger van het zwaard

    beken ik al wat is gezegd

    onder dwang

    te hebben verklaard.

     

    Requiem

     

    O, dood, bedrieglijk, bedrieglijk scharminkel.

    Daar waar (van aangezicht tot aangezicht)

     

    onsterfelijke schoonheid onverdraaglijk wordt,

    heult huichelachtige liefde met U:

     

    spiegeltje, spiegeltje aan de wand,

    wie is de mooiste van dit land?

     

    Voor wie wit is, wit is als sneeuw,

    is het lot van een graf in de zwarte,

     

    in de zwarte aarde te zwaar.

    O, dood, bedrieglijk, bedrieglijk scharminkel.

     

    Zeven maal zeven maal zeven maal

    zoveel niet-aflatende rouw om

     

    deze nietsontziende vergankelijkheid.

    Bij dit eenzame glazen graf stijgt een

     

    woordloos gejammer op naar een verre,

    naar een verre hemel:

     

    die spiegel van eeuwigheid.

     

    Talent

     

    Om bedachtzaam

    te lijken,

     

    bal ik

    de vuisten

     

    op de rug.

     

    Keesje

     

    Een kaft van gemarmerd papier

    bewaart het geheim

     

    van een onooglijk mens.

    Dat is te zeggen:

     

    vaak omarmd en gekoesterd

    als het heertje van de straat

     

    (heel schoon en goed van gezicht,

    want daar zorgde jouw oma wel voor)

     

    deed hij er toch nog toe.

    In ieder geval even.

     

    Maar nooit nodeloos lang

    wacht de dood.

     

    Dat was alles.

     

    Jef van Kempen (1948) publiceerde poëzie, biografische artikelen, essays en literaire bloemlezingen. Daarnaast is hij actief als beeldend kunstenaar. Jef van Kempen is medeoprichter en redacteur van o.a. de poëziewebsite: KEMP=MAG – kempis poetry magazine ( www.kempis.nl ) en van de website Antony Kok Magazine ( www. antonykok.nl ) In 1966 publiceerde hij zijn eerste dichtbundel: Wiet. In 2010 verschijnt een verzamelbundel met gedichten en illustraties: Laatste bedrijf, gedichten 1963-2009 bij uitgeverij Art Brut, Postbus 117, 5120 AC Rijen, ISBN: 978-90-76326-04-7.

    m u s e u m   o f   l o s t   c o n c e p t s

    Museum of Lost Concepts | 10:32 pm | januari 4, 2010 | Kempen, Jef van

    Previous and Next Entry

    « | »

    MUSEUM OF LOST CONCEPTS