Jef van Kempen gedicht: Keesje

Keesje


Een kaft van gemarmerd papier

bewaart het geheim

 

van een onooglijk mens.

Dat is te zeggen:

 

vaak omarmd en gekoesterd

als het heertje van de straat

 

(heel schoon en goed van gezicht,

want daar zorgde jouw oma wel voor)

 

deed hij er toch nog toe.

In ieder geval even.

 

Maar nooit nodeloos lang

wacht de dood.

 

Dat was alles.


Jef van Kempen

museum of lost concepts 2009

Jef van Kempen gedicht: Intensive Care

Intensive care

In deze betonnen duisternis weigert
hij te ontwaken. Het is de dood die
loert en dreigt, in een flits verpletterd,
in dat ene ogenblik teveel,

om precies te zijn: gebroken glas
in zacht vlees, verminkte huid,
geblakerd, afgerukt, met harde hand
ontvreemd in een lieflijk mijnenveld.

Rest alleen: het licht dat als een
wit vlies aan de muren hangt, geluid
dat gaten maakt in zijn hoofd, de geur
van rottend bloed, opgeruimde kamers.

Ongeboren was hij op zijn best,
maar ontdaan van alle alledaagsheid,
van alle onberekenbare motieven,
wist hij nog hoe hij ooit

onder haar rok keek
en bladerde tussen haar benen
en dat alleen een vrolijke gek
de hemel zal zien.

Jef van Kempen
(Uit: Laatste bedrijf. Gedichten 1963-2008)

museum of lost concepts

Jef van Kempen gedicht: Suïcide

J e f    v a n    K e m p e n


S  u  ï  c  i  d  e


Het was geheel in overeenstemming met

wat zijn hart voelde maar wat zijn hoofd

vergat.

Omdat elk bewijs ontbrak, kreeg zijn onrust

geen warm onthaal, had hij als bron van kennis

en als gangmaker van valse praktijken afgedaan.

Zijn opvatting dat met het oog op de vooruitgang

geen genade kon worden verleend

(tenminste niet uit misplaatst medelijden)

dat in het licht van de resultaten van de samenspraak

van lichaam en ziel

een samenhang werd verondersteld

van gevoel en waarneming,

maakte zijn mistroostigheid alles onthullend,

 

waarbij de goede verstaander niet dient

te vergeten de invloed van gebrek aan slaap,

totdat hij als een schim fluisterend

zegde te zijn misleid en zich over te geven

aan een lichaam zonder een spoor van lust en

bandeloosheid, als een alledaagse omstandigheid

onherroepelijk hangend

aan het plafond

van zijn dromen.

 

(Laatste bedrijf. Gedichten 1963-2008)

-museum-of-lost-concepts-